Statement
Rita van der Vegt
David Large
Muriel Rive
Marijne Lekkerkerker
 

tulpen

 

Godenverhalen in emotie gestold / de natuur betrapt

In Van der Vegts beelden strijden de elementen net zolang totdat de wijnrode aarde de harde glazuurlaag heeft weten te doordringen. Het is Eos die zich uitstrekt, de rozevingerige dageraad die weer aanbreekt. Dankzij deze godin van het ochtendgloren wist men zich in de Griekse oudheid van licht verzekerd. “Zodat we iedere dag weer opnieuw kunnen beginnen”, zegt Van der Vegt zakelijk. Eos doemt door de hele Odyssee van Homerus op als de belichaming van de dageraad. Ze ontwaakt naast haar man Tithonos, ze wekt de mooigeklede Nausika√§ of er vaart een schip langs het eiland Aia waar de vroeg opgestane Eos haar dansweiden heeft. Alsof het een mens was van vlees en bloed was het de hoop en glorie die de mensen dagelijks van de duisternis kwam verlossen. Maar naast haar goddelijke taak had Eos ook een heel menselijk verlangen. Zij wilde niet dat haar mooie Tithonos ooit zijn sterfelijkheid zou moeten ervaren. Daarom verzocht ze Zeus om het eeuwige leven aan haar geliefde te schenken. Alleen, ze vergat erbij te vragen of hij dan wel in de hoedanigheid van mooie jongeling mocht blijven bestaan. Zo verouderde hij in al zijn eeuwigheid en verschrompelde tot een krekel.
Het zijn deze krekels die Van der Vegt probeert te vangen. De verschrompelingen en beperkingen die zich tijdens het leven opdringen, dienen een halt te worden toegeroepen.

Als een frisse wind raast ze door thema’s als leven en dood, afscheid en vruchtbaarheid. De broden klei worden in stukken gesneden, de brokken in elkaar gegooid; met een grote spa soms snijdt ze delen weg. en maar hier en daar wordt er gepolijst. Dan weer zit ze stil uit repen klei een kwetsbare amfoor te vormen, boetseert ze haar werk-, sport- of dansschoenen als een merkwaardig ‘voetstuk’ of schikt ze de inpirerende √®chte bloemen in haar atelier tot intrigerende stillevens. De pentekeningetjes die ze dikwijls ‘s nachts in het donker maakt, ook weer uitgangspunten voor nieuw werk, weet ze voor een installatie hier of daar gigantisch te vergroten.

Van der Vegt geeft gevoelens die ieder mens kent een gezicht. Soms vindt ze in de godenwereld haar ‘boodschappers’, dan weer wordt de mythologie vervangen door de gewoon zichtbare wereld zoals die van verwelkende bloemen. Met name tulpen koos zij als symbool van vernieuwende kracht, want de kracht van die bloem zet zich voort via een prachtige bol.Bolgewassen gedijen op de zanderige grondsoort achter de duinen: de geestgronden. “Ik ben de bol”, zegt ze. “En mijn ‘geestgrond’ is de natuur in de betekenis van de biologische en geologische rijkdom van de aarde. Plus alle tegenstellingen in de natuur van de mens!”

Muriel Rive  voor ‘Glas en Keramiek’, najaar 2000